een paar vuist regels voor paddestoelen
vaak wordt mij gevraagd, hoe herken je een eetbare paddestoel?
in feite zijn de meeste paddestoelen eetbaar, maar je wil niet de verkeerde proberen.
er zijn maar een paar echt gevaarlijke paddestoelen, mijn tips zij dan ook: leer deze eerst goed herkennen
verder leer het verschil tussen de families (bolleet, russela, ridderzwam, etc) en het verschil tussen poriën, stekels, plaatjes en ribben.
nu een paar tips voor wat is eetbaar
alle stuifzwammen en botvisten die van binnen en buiten wit zijn
alle zwammen met een verschuifbare ring zoals geschubte inktzwam/grote parrasolzwam
alle russula's die mild smaken bij een proef test
alle in nederland voorkomende inktzwammen (kale inktzwam niet met alchol combineren)
alle stekelzwammen en zwammen die stekels hebben om de sporen te verspreiden
alle cantharellen die hebben ribben ipv plaatjes
alle champignons met uitzondering van de carbolchamp. die verkleurd geel en ruikt niet naar anijs
alle boleten met gele of witte porieen die niet bitter smakken
dit zijn een paar tips en tricks die ik voor mezelf hanteer, en heb ondertussen 24 soorten gegeten
nog een opmerking, altijd paddestoelen verhitten/bakken
vele soorten zijn rauw wel giftig en altijd thuis voor de zekerheid nakijken welke soort je hebt